Maatschappelijke zaken HBEL gebruikt vanaf 2021 het KPMG-normenkader om vast te stellen hoeveel hulp bij het huishouden iemand nodig heeft. Dit objectieve normenkader kan leiden tot wijzigingen in de huidige indicatie van inwoners, die vóór 2021 al gebruik maakten van hulp bij het huishouden. 

Waarom een nieuw normenkader

Het bepalen van de hoeveelheid hulp bij het huishouden moet objectief gebeuren. Tot voor kort werd hiervoor het normenkader van het CIZ uit 2006 gebruikt. Dit normenkader was oorspronkelijk bedoeld voor hulp in het huishouden in een verzorgingshuis. Inmiddels is dit normenkader verouderd en minder geschikt voor andere woningen en mensen die zelfstandig wonen. Daarvoor is het KPMG-normenkader een beter en actueler hulpmiddel. Dit kader is in 2019 getoetst en in orde bevonden door gerechtelijke instanties.

Uitgangspunt normenkader

Het normenkader van KPMG gaat uit van een basismodule van 108 uur per jaar voor hulp bij het huishouden per woning. Meestal is dit aantal uren per jaar toereikend voor een (voldoende) schone en leefbare woning, maar de persoonlijke situatie van iemand is hiervoor bepalend. Zo spelen belemmeringen, de samenstelling van een huishouden en de kenmerken van een woning ook een rol. Op basis daarvan kan de omvang van het aantal uren naar boven of naar beneden worden bijgesteld. Deze aspecten bespreekt u met de Wmo-consulent. Zo kijkt u samen met de consulent of er in uw situatie factoren van invloed zijn om af te wijken van de basismodule.

Overgangstermijn

Wanneer u al vóór 2021 gebruik maakte van hulp bij het huishouden en wanneer de indicatie volgens het nieuwe normenkader lager wordt vastgesteld dan op basis van het oude normenkader, dan hanteren we een overgangstermijn. U heeft dan de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.