Bijstand en vermogenstoets

Bij een aanvraag voor een bijstandsuitkering kijkt de gemeente naar uw vermogen. Dat noemen wij een vermogenstoets.

Vermogen

Onder vermogen vallen bijvoorbeeld: 

  • spaargeld
  • geld op bankrekeningen
  • een auto
  • beleggingen
  • crypto-valuta
  • andere bezittingen

Schulden worden hiervan afgetrokken. U mag een bepaald bedrag aan vermogen hebben zonder dat dit gevolgen heeft voor uw uitkering. Dit heet de vermogensgrens.

Vermogensgrenzen vanaf 1 januari 2026

  • Alleenstaande: maximaal € 8.000 vermogen
  • Alleenstaande ouder: maximaal € 16.000 vermogen
  • Gehuwd of samenwonend: maximaal € 16.000 vermogen

Voor een eigen woning geldt daarnaast een vrijlating van maximaal € 67.500 (bedrag 1 januari 2026) aan overwaarde. De vermogensgrenzen kunnen per jaar veranderen.

Wat is er veranderd sinds 1 januari 2026?

Tot 1 januari 2026 werd bij de start van de uitkering vastgesteld hoeveel vermogen u had en hoeveel vermogen u daarna nog mocht opbouwen. Sinds 1 januari 2026 is deze manier van rekenen vervallen. De gemeente kijkt voortaan naar uw actuele vermogen op dat moment.

Wat betekent dit voor u?

Heeft u tijdens uw uitkering spaargeld opgebouwd, schulden gekregen of veranderingen in uw financiële situatie gehad? Dan kijkt de gemeente naar uw huidige situatie en niet meer alleen naar het vermogen dat bij de start van de uitkering is vastgesteld. Hierdoor sluit de beoordeling beter aan op de werkelijkheid.

Sparen tijdens de bijstand blijft mogelijk

U mag tijdens uw bijstandsuitkering blijven sparen, zolang uw vermogen onder de vermogensgrens blijft. De gemeente kijkt daarbij naar uw totale actuele financiële situatie, inclusief eventuele schulden.

Komt uw vermogen boven de vermogensgrens? Dan mag de gemeente onderzoeken of dit het gevolg is van sparen tijdens de bijstand.